Er ligt 2 miljoen euro klaar voor 2026, oplopend naar 30 miljoen in 2027 en 20 miljoen in 2028. Daarmee wordt een sloopregeling voor oude benzine- en dieselauto’s ineens een stuk concreter dan tot nu toe bekend was. Het kabinet wil deze regeling al in het vierde kwartaal van 2026 laten starten.
De opzet is simpel: een oude fossiele auto laten slopen en daarna met subsidie een tweedehands elektrische auto kopen. Voor veel huishoudens met lagere en middeninkomens kan dat het moment worden waarop elektrisch rijden wél binnen bereik komt.
Budget en start in twee fases
De verdeling van het budget zegt veel over hoe de regeling waarschijnlijk gaat lopen.
| Jaar | Budget |
| 2026 | € 2 miljoen |
| 2027 | € 30 miljoen |
| 2028 | € 20 miljoen |
Die 2 miljoen euro in 2026 wijst op een voorzichtige start aan het einde van het jaar. Pas in 2027 lijkt de sloopregeling echt op gang te komen. Oorspronkelijk stond de regeling voor 2027 gepland, maar die wordt nu naar voren gehaald.
Voor de markt betekent dat dat aanbieders van gebruikte EV’s en kopers al eerder rekening kunnen houden met deze subsidie.
Welke auto’s onder de sloopregeling vallen
De regeling richt zich op auto’s in emissieklasse 1 tot en met 4. Dat klinkt technisch, maar het komt neer op oudere benzine- en dieselauto’s.
Als vuistregel kun je denken aan:
- benzineauto’s van vóór ongeveer 2009
- dieselauto’s vaak van vóór ongeveer 2010
Het gaat dus om auto’s die onder oudere uitstootnormen vallen en meestal ook minder zuinig zijn. Nieuwere modellen blijven buiten deze sloopregeling.
Sloopregeling en subsidie in één stap
Deze regeling werkt als een klassieke slooppremie, maar dan gekoppeld aan elektrisch rijden. Eerst wordt de oude auto definitief uit het verkeer gehaald. Daarna volgt de overstap naar een tweedehands EV met subsidie.
Dat maakt het anders dan eerdere regelingen. Het is geen algemene subsidie voor iedereen die een elektrische auto wil kopen. De sloop van een oudere auto is een voorwaarde.
Voor huishoudens die nu in een oudere benzine- of dieselauto rijden, kan dat het verschil maken. Een gebruikte EV ligt qua aanschafprijs dichter bij wat ze nu gewend zijn, terwijl de kosten voor stroom en onderhoud vaak lager zijn.
Voor wie deze slooppremie bedoeld is
Het kabinet richt zich met deze regeling op lagere en middeninkomens. Dat is een duidelijke keuze, want juist deze groep rijdt relatief vaak in oudere auto’s en merkt de brandstofkosten het meest.
Door de sloopregeling en subsidie te combineren, ontstaat er een route waarbij die groep kan overstappen zonder direct naar een nieuwe auto te hoeven kijken.
De exacte bedragen en voorwaarden moeten nog worden uitgewerkt. Denk aan inkomensgrenzen, het subsidiebedrag per auto en een mogelijke maximumprijs voor de tweedehands EV.
Van oude brandstofauto naar gebruikte elektrische auto
Met deze regeling verschuift de aandacht van nieuwe naar gebruikte elektrische auto’s. Dat is een logische stap, omdat juist daar de prijzen dichter bij de bestaande occasionmarkt liggen.
Voor automobilisten betekent het vooral dat er een concrete sloopregeling aankomt waarbij een slooppremie en subsidie samenkomen. Niet voor iedereen, maar gericht op huishoudens die nu nog afhankelijk zijn van een oudere benzine- of dieselauto.
De grote lijnen liggen vast: sloop van een oude auto, subsidie op een tweedehands EV en een start die eerder komt dan gepland. De precieze invulling volgt later. Dat deze anders zal zijn dan de vroegere SEPP-subsidie, daar lijkt geen twijfel over te bestaan.