Steeds meer bedrijven krijgen te maken met elektrische auto’s op hun parkeerplaats. Van medewerkers die met hun eigen auto naar kantoor komen tot elektrische bedrijfswagens die dagelijks onderweg zijn. Een paar laadpunten plaatsen lijkt misschien eenvoudig, maar welke laadoplossing heb je eigenlijk nodig? Is een gewone laadpaal voldoende of kun je beter investeren in een snellader? Dat hangt vooral af van hoe de auto’s worden gebruikt.
Hoe lang staan de auto’s stil?
De hamvraag bij zakelijk laden is niet hoeveel elektrische auto’s er zijn, maar hoeveel tijd ze hebben om op te laden.
Neem een kantoor waar medewerkers om negen uur beginnen en rond vijf uur naar huis gaan. Hun auto’s staan het grootste deel van de dag stil. In zo’n situatie is een reguliere laadpaal vaak voldoende.
Echter, bij een bezorgdienst is de situatie anders. Als elektrische bestelwagens meerdere ritten per dag moeten maken en tussendoor maar kort op het bedrijf staan, kan sneller laden juist veel voordeel opleveren.
Kijk daarom naar het aantal gereden kilometers, de parkeerduur en hoeveel auto’s tegelijkertijd moeten kunnen laden. Houd ook rekening met medewerkers die thuis kunnen laden en bezoekers die mogelijk gebruik willen maken van de laadpunten.
Wie een laadpaal zakelijk kopen wil, doet er verstandig aan deze zaken vooraf in kaart te brengen. Zo voorkom je dat je investeert in een installatie die niet goed aansluit op de dagelijkse praktijk.
AC of DC: wat is het verschil?
Bij zakelijke laadpunten kun je grofweg kiezen tussen AC- en DC-laden. Het belangrijkste verschil zit in de manier waarop de stroom wordt geleverd en de laadsnelheid die mogelijk is.
AC-laden: voor auto’s die langer stilstaan
Bij AC-laden zet de ingebouwde lader van de auto wisselstroom om in gelijkstroom voor de accu. Veel reguliere zakelijke laadpunten hebben een vermogen van 11 kW.
Dat is voor veel bedrijven prima. Als een auto meerdere uren geparkeerd staat, is er doorgaans voldoende tijd om de verbruikte energie weer bij te laden. De werkelijke laadsnelheid hangt onder andere af van de auto en het beschikbare vermogen.
DC-laden: wanneer iedere minuut telt
Een DC-lader levert gelijkstroom aan de auto, waardoor de ingebouwde AC-lader wordt omzeild. Bij geschikte voertuigen zijn daardoor aanzienlijk hogere laadvermogens mogelijk.
Dat is vooral interessant voor bedrijven waar voertuigen snel weer de weg op moeten. Denk aan transportbedrijven, bezorgdiensten of wagenparken met intensief gebruik.
Een DC-lader vraagt doorgaans wel om een grotere investering. Bovendien bepaalt de auto zelf mede hoe snel er daadwerkelijk geladen kan worden. Ook de accutemperatuur en de resterende acculading spelen daarbij een rol.
Sneller laden is dus niet automatisch beter. Voor sommige bedrijven is een combinatie van reguliere laadpunten en één snellader de meest praktische oplossing.
Kan je stroomaansluiting het wel aan?
Een belangrijk aandachtspunt is de beschikbare stroomcapaciteit op het bedrijf. De laadpunten delen die capaciteit immers met de rest van de elektrische installatie.
Als meerdere auto’s tegelijkertijd laden terwijl ook machines, koeling en andere apparatuur draaien, kan de aansluiting tegen haar grenzen aanlopen.
Gelukkig zijn er manieren om het beschikbare vermogen slimmer te gebruiken. Met dynamic load balancing wordt het laadvermogen automatisch aangepast aan het stroomverbruik op locatie.
Gebruikt het bedrijf veel elektriciteit? Dan laden de auto’s tijdelijk langzamer. Zodra er meer capaciteit beschikbaar is, kan het laadvermogen weer omhoog.
Dat kan helpen om overbelasting te voorkomen en de bestaande aansluiting efficiënter te benutten. Het betekent alleen niet dat een zwaardere aansluiting nooit nodig is. Zeker wanneer veel voertuigen tegelijkertijd snel moeten laden, kan extra capaciteit noodzakelijk zijn.
Denk ook alvast aan de toekomst. Misschien zijn er nu drie elektrische bedrijfswagens, maar worden dat er over enkele jaren tien. Door bij de installatie rekening te houden met uitbreiding, kun je voorkomen dat later grote aanpassingen nodig zijn.
Is er subsidie voor zakelijke laadpalen?
Het aanleggen van zakelijke laadinfrastructuur brengt kosten met zich mee. Naast de laadpunten zelf kunnen bijvoorbeeld graafwerkzaamheden, bekabeling en aanpassingen aan de elektrische installatie nodig zijn.
Voor bedrijven die investeren in private laadinfrastructuur bestaat in 2026 de SPRILA-regeling. Daarmee kunnen ondernemers onder voorwaarden subsidie krijgen voor laadvoorzieningen op eigen of gehuurd terrein.
Niet iedere investering komt daarvoor in aanmerking. Zo geldt er een minimumsubsidiebedrag per locatie en moet de installatie aan specifieke eisen voldoen. Ook het juiste aanvraagmoment is belangrijk: afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag moet je de aanvraag vóór de opdrachtverlening of na de aanleg indienen.
Wie zich verdiept in een subsidie voor laadpalen bij het bedrijf, doet er daarom goed aan de actuele voorwaarden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) te controleren. Daarmee voorkom je dat je door een verkeerde planning subsidie misloopt.
Kies een laadoplossing die past bij de werkdag
De beste laadoplossing is niet per definitie de snelste of duurste. Het gaat erom dat medewerkers en bedrijfswagens voldoende kunnen laden, zonder dat de dagelijkse werkzaamheden eronder lijden.
Begin daarom bij de laadbehoefte: welke auto’s moeten laden, wanneer staan ze stil en hoeveel energie hebben ze nodig? Kijk vervolgens naar de beschikbare stroomcapaciteit en de mogelijkheden om later uit te breiden.
Zo wordt duidelijk of een paar reguliere laadpunten volstaan, een snellader noodzakelijk is of een combinatie beter past. Een goed laadplan zorgt er uiteindelijk voor dat de auto’s klaarstaan wanneer ze nodig zijn, zonder onnodig te investeren in laadvermogen dat nauwelijks wordt gebruikt.