Wie thuis een elektrische auto oplaadt, kan daar sinds 2026 een vergoeding voor ontvangen. Dat gebeurt via zogenoemde ERE-certificaten. Afhankelijk van de hoeveelheid geladen elektriciteit kan dit enkele honderden euro’s per jaar opleveren. De daadwerkelijke vergoeding hangt onder andere af van de marktprijs en de aanbieder die de certificaten verkoopt.
Wat zijn ERE-certificaten?
ERE staat voor emissiereductie-eenheid. Eén ERE vertegenwoordigt één kilogram vermeden CO₂-uitstoot ten opzichte van fossiele brandstoffen.
Bedrijven die benzine en diesel leveren, zijn wettelijk verplicht om hun brandstoffen te verduurzamen. Ze kunnen hiervoor onder andere ERE-certificaten kopen. Sinds 1 januari 2026 kan ook elektriciteit die particulieren thuis in hun elektrische auto laden, onder bepaalde voorwaarden meetellen.
Het gaat niet om een overheidssubsidie, maar om een handelssysteem. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) houdt toezicht op de uitvoering. Meer informatie over de regeling is te vinden in de uitleg van de Rijksoverheid.
Hoeveel leveren ERE-certificaten op?
De vergoeding is afhankelijk van het aantal kilowattuur (kWh) dat thuis wordt geladen en de marktwaarde van de certificaten.
In 2026 levert iedere thuisgeladen kWh ongeveer 0,333 ERE op. Bij een marktprijs van € 0,37 per ERE, zoals in week 42 van 2026, komt dat neer op ongeveer 12 cent bruto per geladen kWh.
Daar gaan de kosten van de inboekdienstverlener nog vanaf. Bij een commissie van 20 procent ontstaat het volgende rekenvoorbeeld:
| Jaarlijks thuis geladen | Opbrengst na 20% commissie |
|---|---|
| 2.000 kWh | Ca. € 200 |
| 3.000 kWh | Ca. € 300 |
| 4.000 kWh | Ca. € 400 |
De bedragen zijn indicatief en exclusief eventuele aanvullende kosten. De marktprijs van ERE-certificaten verandert en ook de berekeningsfactoren kunnen per jaar verschillen. De exacte opbrengst voor 2027 staat daarom nog niet vast.
Welke voorwaarden gelden voor thuisladen?
Om in aanmerking te komen, moet de geladen elektriciteit betrouwbaar worden geregistreerd. Hiervoor is doorgaans een laadpaal nodig met een ingebouwde MID-gecertificeerde elektriciteitsmeter.
Een losse meter in de meterkast voldoet normaal gesproken niet. Er bestaat een uitzondering voor laadpunten die via een afzonderlijk, exclusief allocatiepunt bij de netbeheerder worden gemeten.
Daarnaast moet de netaansluiting volgens het Centraal Aansluitingenregister op naam van de aanvrager staan. De registratie verloopt via een inboekdienstverlener. Particulieren kunnen de certificaten niet zelfstandig bij de NEa registreren.
Verschillen tussen inboekdienstverleners
Een inboekdienstverlener registreert de laadgegevens bij de NEa en verkoopt de bijbehorende certificaten. De opbrengst wordt vervolgens volgens de afgesproken voorwaarden verdeeld.
De aanbieders verschillen onder andere in de hoogte van hun commissie, eventuele vaste kosten en het moment van uitbetaling. Sommige betalen ieder kwartaal uit, terwijl andere pas na afloop van het kalenderjaar uitkeren.
Ook de contractduur verschilt, van één tot meerdere jaren. Daarnaast ondersteunt niet iedere aanbieder dezelfde laadpalen of registreert iedere aanbieder de certificaten zelfstandig.
Deze verschillen hebben invloed op de uiteindelijke vergoeding. Op jeroen.nl kun je inboekdienstverleners naast elkaar zetten op basis van tarieven, contractvoorwaarden en verwachte netto opbrengsten.
Hoe zit het met zonnepanelen en zakelijke auto’s?
Ook elektriciteit die met eigen zonnepanelen wordt opgewekt, kan meetellen. Voor particuliere thuisladers levert zonnestroom echter geen extra ERE-certificaten op. De NEa gebruikt hiervoor het gemiddelde aandeel hernieuwbare elektriciteit op het Nederlandse stroomnet. In 2026 bedraagt dit 50,5 procent.
Ook het thuisladen van een elektrische leaseauto of auto van de zaak kan onder de regeling vallen. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden voor de laadpaal en de netaansluiting.
Volgens de Belastingdienst vormt een ERE-vergoeding voor het thuisladen van een auto van de zaak geen loon. De vergoeding kan wel invloed hebben op de berekening van de werkelijke laadkosten die door de werkgever worden vergoed.
Kunnen eerdere laadsessies meetellen?
De regeling geldt vanaf 1 januari 2026. Ook laadsessies die eerder in het jaar hebben plaatsgevonden, kunnen met terugwerkende kracht worden geregistreerd.
Daarvoor moeten de laadgegevens beschikbaar zijn en moet de elektriciteit destijds al volgens de geldende eisen zijn gemeten.
Voor elektriciteit die in 2026 is geladen, geldt 26 februari 2027 als uiterste inboekdatum. Dienstverleners kunnen een eerdere aanmelddeadline hanteren.
Per netaansluiting mag per kalenderjaar slechts één inboekdienstverlener worden gemachtigd. De machtiging geldt voor één of meerdere volledige kalenderjaren, waardoor overstappen gedurende het jaar niet mogelijk is. De wettelijke machtiging mag niet stilzwijgend worden verlengd.
De vergoeding blijft afhankelijk van de markt
De vergoeding voor thuisladen via ERE-certificaten is afhankelijk van de hoeveelheid geregistreerde elektriciteit en de marktwaarde van de certificaten. Ook de kosten en voorwaarden van de inboekdienstverlener spelen een rol. Omdat de marktprijs en berekeningsfactoren kunnen veranderen, bieden de bedragen in dit artikel geen garantie voor de toekomst.