Hoe hoger het huishoudinkomen, hoe vaker de aangeschafte auto een stekker heeft. In de hoogste inkomensgroep ging het in 2025 bij ongeveer 32 procent van de auto’s om een plug-in hybride of volledig elektrische auto. In de laagste inkomensgroep was dat circa 7 procent.
CBS keek daarbij alleen naar actieve M1-personenauto’s op naam van natuurlijke personen. Auto’s op naam van bedrijven en zakelijke leaseauto’s vallen buiten deze cijfers. Private lease wordt wel meegenomen.
Vooral de gebruikte markt bepaalt het beeld
Bij een verband tussen inkomen en elektrisch rijden ligt de gedachte aan nieuwe EV’s voor de hand. Maar het grootste deel van deze cijfers gaat over gebruikte auto’s. Van de circa 258.700 stekkerauto’s die in 2025 binnen de CBS-statistiek werden aangeschaft of van eigenaar wisselden, waren er ongeveer 203.500 occasions. Circa 55.100 werden nieuw aangeschaft.
Bijna vier op de vijf stekkerauto’s in deze telling waren dus gebruikt. De verschillen tussen de inkomensgroepen spelen voor een groot deel op de occasionmarkt.
Ook de leeftijd van de gekochte auto’s verschilt per inkomensgroep. Bij de onderste 20 procent van de inkomensverdeling was ongeveer twee derde van de aankopen ouder dan tien jaar.
De categorie ‘nieuw’ in de CBS-cijfers vraagt enige uitleg. In de leeftijdsindeling vallen 148.000 auto’s in de klasse ‘nieuw’, terwijl elders 119.300 auto’s als nieuw aangeschaft staan geregistreerd. Een auto kan qua leeftijd nog als nieuw gelden en binnen hetzelfde kalenderjaar opnieuw van eigenaar wisselen. De 148.000 auto’s uit de leeftijdsindeling zijn daarom niet hetzelfde als de totale Nederlandse nieuwverkoop.
De een na hoogste inkomensgroep koopt de meeste auto’s
Het grote verschil bij stekkerauto’s komt niet simpelweg doordat de hoogste inkomensgroep meer auto’s koopt. De op een na hoogste inkomensgroep kwam in 2025 uit op 235.700 auto’s. De hoogste inkomensgroep zat daar met 233.900 iets onder.
Bij plug-in hybrides en volledig elektrische auto’s zijn de verhoudingen anders. In de hoogste inkomensgroep ging het om 43.300 PHEV’s en 31.500 volledig elektrische auto’s, samen 74.800 stekkerauto’s. De op een na hoogste inkomensgroep kwam uit op 48.200.
In de laagste inkomensgroep ging het om 6.200 stekkerauto’s: 3.900 plug-in hybrides en 2.300 volledig elektrische auto’s.
Van alle circa 258.700 stekkerauto’s in deze CBS-populatie kwam bijna 29 procent bij de hoogste inkomensgroep terecht. De hoogste drie inkomensgroepen samen waren goed voor circa 160.100 stekkerauto’s, ongeveer 62 procent van het totaal. De laagste drie groepen kwamen samen uit op circa 18.100, ongeveer 7 procent.
Plug-in hybrides groeien harder dan volledig elektrisch
Binnen de groep auto’s op naam van natuurlijke personen nam het aantal PHEV’s en volledig elektrische auto’s samen toe van 207.700 in 2024 naar 258.700 in 2025. Dat is een stijging van ongeveer 25 procent.
Vooral het aantal plug-in hybrides nam toe. CBS telde er 111.800 in 2024 en 155.500 in 2025, een stijging van 39,1 procent. Het aantal volledig elektrische auto’s groeide van 95.900 naar 103.200, oftewel 7,6 procent.
Van de 258.700 stekkerauto’s in 2025 waren er 155.500 plug-in hybride en 103.200 volledig elektrisch.
In totaal telde CBS binnen deze populatie 1.705.900 auto’s die werden aangeschaft of van eigenaar wisselden. Daarvan reden er 1.383.500 op benzine. Verder ging het om 48.700 diesels en 15.100 auto’s op LPG of een andere brandstof.
Deze cijfers beslaan maar een deel van de automarkt
De CBS-statistiek is geschikt om de inkomensgroepen met elkaar te vergelijken, maar omvat niet de hele Nederlandse automarkt. Alleen actieve Nederlandse M1-personenauto’s op naam van natuurlijke personen zijn meegenomen.
De tenaamstelling vertelt niet of een auto privé of beroepsmatig wordt gebruikt. CBS maakt in deze tabellen geen onderscheid tussen beide. Ook is niet te zien wie de auto heeft verkocht. Een auto die iemand bij een autobedrijf koopt en vervolgens op eigen naam zet, kan gewoon meetellen.
Het verschil met de totale nieuwmarkt is groot. In heel Nederland werden in 2025 388.024 nieuwe personenauto’s geregistreerd. Binnen deze CBS-populatie staan 119.300 auto’s als nieuw aangeschaft. De twee aantallen zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar, omdat de definities, populaties en registratiecriteria verschillen.
Inkomens uit 2024
Ook de inkomensgegevens lopen achter. Voor de transacties uit 2025 gebruikt CBS het meest recente beschikbare inkomensbestand uit 2024. Dat beschrijft huishoudens per 1 januari 2024 en gebruikt het inkomen uit het voorafgaande kalenderjaar. De indeling is daardoor grotendeels gebaseerd op inkomens uit 2023.
CBS gaat daarbij uit van het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen. Dat is iets anders dan het individuele salaris van degene op wiens naam de auto staat.
De cijfers laten een sterke samenhang zien tussen inkomen en de aanschaf van een stekkerauto. Waarom die samenhang bestaat, is uit de gegevens niet af te leiden. De dataset bevat geen informatie over de aanschafprijs, financiering, laadmogelijkheden thuis, woningtype, kilometrage of de reden om voor een bepaalde aandrijflijn te kiezen.
De overheid werkt aan een inruilregeling voor huishoudens met lagere middeninkomens die een oude fossiele auto willen vervangen door een gebruikte EV. De beoogde start ligt in het vierde kwartaal van 2026. Waarom lagere inkomensgroepen veel minder vaak bij een gebruikte stekkerauto uitkomen, vertellen deze cijfers niet.