Toen Tesla deze week bevestigde dat de Model S en Model X definitief verdwijnen, kwam dat voor velen niet als een verrassing. De twee modellen speelden in Europa al jaren een marginale rol. Toch markeert het besluit meer dan het einde van twee auto’s. Het laat zien hoe ver Tesla is opgeschoven van autofabrikant naar technologiebedrijf met auto’s als slechts één van de middelen.
De productie van de Model S en Model X loopt uiterlijk in 2026 af. In Europa waren beide modellen al nauwelijks nog bestelbaar, met beperkte uitvoeringen en lange levertijden. Nu is ook formeel duidelijk dat er geen opvolgers komen en dat Tesla het hoofdstuk afsluit.
Model S en Model X: van technologische showcase naar randproduct
De Model S was ooit Tesla’s visitekaartje. Bij zijn introductie in 2012 liet de auto zien wat er mogelijk was met een grote accu, een krachtige elektrische aandrijflijn en een actieradius die voor die tijd ongekend was. Elektrisch rijden werd daarmee iets voor lange afstanden en hogere segmenten, niet alleen voor woon-werkverkeer.
De Model X borduurde voort op dat idee, maar dan met de nadruk op ruimte en veelzijdigheid. Het was een van de eerste elektrische SUV’s die serieus werd genomen als gezinsauto, inclusief vierwielaandrijving en trekvermogen. In die zin waren de Model S en X geen verkoophits, maar wel richtinggevend. Ze fungeerden als technologisch uithangbord voor wat elektrisch rijden kon zijn.
Verkoopcijfers Model S en Model X vertellen een ander verhaal
Die voorbeeldrol veranderde de afgelopen jaren in een bijrol. De wereldwijde verkoopvolumes van de Model S en X daalden structureel, terwijl Tesla’s groei vrijwel volledig werd gedragen door Model 3 en Model Y. Die modellen zijn eenvoudiger opgebouwd, efficiënter in gebruik en vooral veel goedkoper te produceren.
In een markt waarin prijsverlagingen, marges en schaalgrootte centraal staan, werden de Model S en X steeds lastiger te verdedigen. Ze zijn complexer, duurder om te bouwen en technisch gebaseerd op een platform dat zijn oorsprong meer dan tien jaar geleden heeft. Updates konden dat niet volledig verhullen.
Efficiëntie wint het van prestige
Tesla’s huidige strategie draait om efficiëntie in de breedste zin van het woord. Minder variatie, minder uitzonderingen in productie en maximale herhaalbaarheid. Model 3 en Model Y passen daar perfect in. De Model S en X juist niet.
Dat verklaart ook waarom Tesla geen poging heeft gedaan om deze modellen fundamenteel te vernieuwen. Een volledig nieuw platform voor twee relatief kleine volumes zou haaks staan op de koers die het bedrijf de afgelopen jaren heeft ingezet.
Fremont krijgt een andere rol
Een doorslaggevend argument ligt op de fabrieksvloer. De Model S en X worden gebouwd in Fremont, Tesla’s oudste fabriek. Die locatie is al jaren meer dan alleen een autofabriek. Er worden ook nieuwe productielijnen opgezet, getest en aangepast voor andere projecten.
De assemblage van de Model S en X draaide daar al geruime tijd op lage bezetting. Dat is niet alleen kostbaar, maar ook inefficiënt in een fabriek waar Tesla juist ruimte nodig heeft voor nieuwe activiteiten. Door de productie te beëindigen, komt capaciteit vrij die eenvoudiger en flexibeler inzetbaar is.
Robots en autonomie krijgen prioriteit
Een belangrijk deel van die vrijgekomen ruimte is bestemd voor Optimus, Tesla’s humanoïde robot. Wat begon als demonstratieproject, wordt door Tesla inmiddels gepresenteerd als toekomstig massaproduct. Dat vraagt om serieuze productiecapaciteit, met assemblage, testen en opschaling.
Ook de ontwikkeling van autonome mobiliteit speelt hier een rol. Tesla werkt toe naar voertuigen die zonder bestuurder opereren, inclusief een eigen robotaxi-concept. Dat vraagt niet alleen softwareontwikkeling, maar ook hardware-integratie en productieruimte voor prototypes en serievoorbereiding.
AI als bindende factor
Onder al deze projecten ligt een gemeenschappelijke laag: kunstmatige intelligentie. Tesla investeert zwaar in eigen AI-infrastructuur, variërend van zelfontwikkelde chips tot grote rekenclusters voor training en inzet van software. Die AI vormt de basis voor autonoom rijden én voor robots.
Daarbij komt dat Tesla ook extern inzet op AI via investeringen in xAI. Minder aandacht voor laagvolume auto’s betekent meer financiële en organisatorische ruimte voor deze ontwikkelingen. In dat licht zijn de Model S en X eerder een rem dan een versneller.
Europa liep al vooruit op dit besluit
Voor Europese kopers verandert het nieuws weinig. De Model S en X waren hier al uit beeld geraakt, mede door stevige concurrentie van Europese merken in het hogere segment. Prijsstelling, regelgeving en een beperkt aanbod deden de rest.
Het officiële stopzetten bevestigt vooral dat Tesla deze markt al eerder heeft losgelaten. De focus ligt op wereldwijde volumes, niet op nicheposities in afzonderlijke regio’s.
Wat blijft voor bestaande eigenaren van de Tesla Model S en Model X
Voor huidige rijders verandert er op korte termijn weinig. Tesla blijft service en software-ondersteuning leveren en updates blijven beschikbaar zolang de hardware dat toelaat. Wel is duidelijk dat de ontwikkelfase voorbij is. De modellen krijgen geen fundamentele vernieuwingen meer.
Op langere termijn kan het einde van de productie invloed hebben op restwaarde en onderdelenvoorziening, al is dat bij Tesla minder direct dan bij traditionele merken. Het past bij het bezit van een auto die zijn rol in de markt heeft uitgespeeld.
Meer dan het einde van twee modellen
Het verdwijnen van de Model S en Model X is geen sentimentele beslissing, maar een zakelijke. Het laat zien dat Tesla bereid is zijn eigen erfgoed los te laten als dat beter past bij de volgende fase. Elektrisch rijden is inmiddels gemeengoed. De rol van pionier is uitgespeeld.
Daarmee verschuift ook het perspectief. Waar de Model S ooit symbool stond voor de toekomst van de auto, staat zijn afscheid nu symbool voor Tesla’s toekomst buiten de auto. Dat maakt dit besluit misschien wel belangrijker dan het op het eerste gezicht lijkt.