Een elektrische auto kan net zo goed schade krijgen als elke andere auto. Een ongeluk, schade aan de onderkant of een technisch probleem kan ervoor zorgen dat de kosten snel oplopen. Dan komt vanzelf de vraag: laat je de auto repareren of kun je hem beter verkopen? Bij elektrische auto’s is die keuze soms lastiger dan bij benzine- of dieselauto’s.
Repareren kan vaak, maar is niet altijd slim
Veel schade aan een elektrische auto is te herstellen. Denk aan kapotte bumpers, beschadigd plaatwerk of onderdelen die niets met de batterij te maken hebben. In zulke gevallen ligt repareren voor de hand. Toch valt de rekening vaak hoger uit dan je verwacht. Bij elektrische auto’s vragen sommige reparaties extra kennis en veiligheidsmaatregelen, vooral door het werken met hoogspanning. Dat kost meer tijd. Daarnaast zijn onderdelen soms duur of niet direct leverbaar. Zo kan schade die er klein uitziet, toch flink in de kosten lopen.
Accuschade maakt het extra ingewikkeld
De batterij is het duurste onderdeel van een elektrische auto. Als die beschadigd is, of als niet zeker is of hij nog veilig is, wordt het al snel ingewikkeld. Vaak moet eerst uitgebreid worden onderzocht wat er precies mis is. Afhankelijk van het merk en type auto kan het nodig zijn om grote delen van de batterij te vervangen, of zelfs het hele accupakket. Omdat dit veel geld kost, kan repareren bij accuschade financieel niet meer uitkomen. In zulke gevallen wordt een elektrische auto soms als total loss gezien, ook als hij technisch nog wel te herstellen zou zijn.
Wanneer repareren logisch is
Repareren is vooral een goede optie als duidelijk is dat de batterij niet is geraakt en de herstelkosten lager zijn dan wat de auto nog waard is. Ook helpt het als de verzekering een groot deel van de schade vergoedt. Dan blijft de rekening voor jou beperkt en kan laten maken een verstandige keuze zijn.
Verkopen als schadeauto is ook een afweging
Is repareren (te) duur, dan kun je kijken naar het verkopen van je schadeauto. Ook met schade heeft een elektrische auto vaak nog waarde. Onderdelen zoals de elektromotor, elektronica en carosserie kunnen opnieuw worden gebruikt.
Het is wel belangrijk om realistisch te blijven. Een inkoper, zoals OSW, moet de auto ophalen, repareren en weer verkopen óf uit elkaar halen, onderdelen controleren en weer verkopen. Daar zitten kosten en risico’s aan en de inkoper moet ook geld verdienen. Daardoor ligt het bod meestal lager dan wat je misschien verwacht.