Veel elektrische auto’s beginnen als leaseauto. Na ongeveer vijf jaar lopen leasecontracten af en komt zo’n auto opnieuw op de markt. Precies daar ontstaat het probleem. Voor veel particuliere occasionkopers is zo’n EV dan nog vrij duur, terwijl de zakelijke markt alweer naar jongere auto’s kijkt.
Een deel van die gebruikte EV’s verdwijnt daardoor naar het buitenland. Volgens de verkenning wordt ongeveer 15 tot 20 procent van de vijf à zes jaar oude elektrische auto’s geëxporteerd. Bij benzineauto’s in dezelfde leeftijdsgroep ligt dat aandeel rond 3 procent.
De greentimerregeling moet daar mogelijk iets aan veranderen. Het idee is dat een elektrische auto na zijn eerste zakelijke periode nog een paar jaar aantrekkelijk blijft voor zakelijk gebruik. Daarna is de auto ouder, verder afgeschreven en dus beter bereikbaar voor particuliere kopers.
Daarom kijkt het kabinet naar een lagere bijtelling voor elektrische auto’s van vijf tot acht jaar oud. De regeling is nog niet zeker en hangt samen met de afbouw van de youngtimerregeling. De verkenning spreekt van een drietrapsraket: eerst 0 tot 5 jaar als nieuwe zakelijke EV, daarna 5 tot 8 jaar als greentimer en vervolgens als betaalbaardere tweedehands elektrische auto voor de particuliere markt. Een EV van acht jaar oud is volgens de verkenning gemiddeld 18 procent verder afgeschreven dan een EV van vijf jaar oud. Gemiddeld scheelt dat ongeveer 7.000 euro.
Wat is een greentimer?
Een greentimer is in de onderzochte opzet een volledig elektrische auto van vijf tot en met acht jaar oud die zakelijk wordt gebruikt. Voor zo’n auto zou een lagere bijtelling kunnen gelden dan voor een gewone zakelijke auto.
Het gaat dus niet om alle gebruikte elektrische auto’s. De onderzochte regeling geldt alleen voor volledig elektrische auto’s, niet voor hybrides. De leeftijd wordt bepaald vanaf de datum van eerste toelating. Het voordeel zou maximaal drie jaar gelden.
In de verkenning wordt gerekend met 14 procent bijtelling in 2028 en 2029. Daarna zou het tarief naar 15 procent gaan. Die bijtelling wordt berekend over de oorspronkelijke catalogusprijs of fiscale waarde van de auto. Auto’s met een oorspronkelijke catalogusprijs van 65.000 euro of meer vallen in de onderzochte opzet buiten de regeling.
Invoering vanaf 2028 wordt onderzocht. Of 2027 haalbaar is, staat nog niet vast.
Lagere bijtelling maakt greentimer niet automatisch goedkoop
Een lager bijtellingspercentage klinkt aantrekkelijk, maar de rekensom is minder simpel. De bijtelling wordt berekend over de oorspronkelijke catalogusprijs. Veel elektrische auto’s die over een paar jaar vijf jaar oud zijn, waren bij nieuwlevering nog relatief duur.
Een gebruikte EV krijgt fiscaal dus niet de dagwaarde als basis. De oude nieuwprijs blijft meetellen. Tegelijk zijn nieuwe elektrische auto’s in sommige segmenten inmiddels goedkoper geworden of verder gekomen op actieradius.
Volgens de verkenning blijft van de theoretische korting in de eerste jaren ongeveer 25 tot 30 procent over bij 14 procent bijtelling. Bij 15 procent is dat ongeveer 20 tot 25 procent.
Voor de gebruiker zit de greentimer daarmee tussen twee keuzes in. Hij is goedkoper dan een nieuwe zakelijke EV, maar komt niet in de buurt van het fiscale voordeel van de huidige youngtimerregeling.
Waarom greentimers met youngtimers te maken hebben
De greentimerregeling staat niet los van de youngtimerregeling. Die maakt het nu aantrekkelijk om een oudere auto zakelijk te rijden. Bij zo’n auto wordt de bijtelling berekend over de waarde in het economische verkeer, kort gezegd de dagwaarde, en niet over de oorspronkelijke catalogusprijs.
Dat kan vooral bij oudere benzine- en dieselauto’s gunstig uitpakken. Voor auto’s die onder de youngtimerregeling vallen, geldt 35 procent bijtelling over die dagwaarde.
Die regeling wordt vanaf 2027 veel strenger, tenzij het kabinet alsnog kiest voor een geleidelijker afbouwpad. De leeftijdsgrens is per 1 januari 2026 al verschoven van 15 naar 16 jaar. Volgens het huidige pad gaat de grens in 2027 naar 25 jaar.
Daardoor wordt de groep auto’s die nog onder de regeling valt veel kleiner. Het kabinet bekijkt meerdere alternatieven om de overgang minder abrupt te maken. Houdt het kabinet meer ruimte voor youngtimers, dan blijft er minder geld over voor een greentimerregeling.
De greentimer is geen opvolger van de youngtimer. De regeling is wel bedoeld als elektrisch alternatief voor een deel van de groep die straks niet meer in de youngtimerregeling past.
Vooral interessant voor zelfstandigen en DGA’s
Voor werknemers hangt veel af van het beleid van hun werkgever en het aanbod van leasemaatschappijen. Een werknemer kan wel een gebruikte elektrische auto willen rijden, maar die auto moet ook binnen de leaseregeling passen.
Voor zzp’ers en DGA’s kan de regeling meer verschil maken. Zij hebben vaak meer invloed op de autokeuze en merken de zakelijke kosten en de bijtelling directer. Juist bij die groep kan een greentimer een alternatief worden voor een oude zakelijke benzine- of dieselauto.
De verkenning verwacht dat het effect bij reguliere werknemers beperkter is. Daar kan een greentimer ook in de plaats komen van een nieuwe zakelijke EV. Dan komt er niet per se extra elektrisch rijden bij, maar blijft vooral een gebruikte elektrische auto langer in Nederland.
Greentimer goedkoper dan nieuwe zakelijke EV
De verkenning rekent met een voorbeeld in het C-segment voor 2028. Daarin betaalt een werknemer per jaar 4.901 euro voor een nieuwe zakelijke EV. Bij een greentimer komt dat uit op 3.361 euro.
Dat is duidelijk minder dan bij een nieuwe elektrische leaseauto, maar veel meer dan bij een huidige youngtimer. In hetzelfde voorbeeld kost die 866 euro per jaar. Privé rijden in een vijftien jaar oude fossiele auto komt uit op 3.142 euro per jaar.
De verhouding zegt hier meer dan het exacte bedrag. De greentimer maakt een gebruikte elektrische auto zakelijk aantrekkelijker dan een nieuwe EV, maar haalt het voordeel van de huidige youngtimer niet.
Niet automatisch meer klimaatwinst
De greentimerregeling is vooral bedoeld om elektrische auto’s langer in Nederland te houden. De extra klimaatwinst hangt af van wie overstapt.
Wie anders een nieuwe zakelijke EV had gekozen, rijdt nog steeds elektrisch. Alleen niet in een nieuwe auto, maar in een gebruikte. De winst zit dan vooral in de tweedehandsmarkt: de auto blijft langer in Nederland en kan later als goedkopere occasion beschikbaar komen.
Anders ligt het bij een huidige youngtimerrijder, zzp’er of DGA die zonder greentimer fossiel was blijven rijden. In dat geval kan de regeling wel extra elektrificatie opleveren. De verkenning noemt het klimaateffect daarom naar verwachting licht positief, maar niet vanzelfsprekend groot.
Ook voor de schatkist is de uitkomst onzeker. Als vooral mensen overstappen die anders een nieuwe zakelijke EV hadden gereden, kost de regeling belastinginkomsten. Als juist mensen instappen die anders privé zouden rijden of geen zakelijke auto zouden hebben, kan de overheid juist meer ontvangen.
De scenario’s lopen sterk uiteen. De verkenning rekent met een jaarlijkse derving van 103 miljoen euro in het minst gunstige scenario en een extra opbrengst van 80 miljoen euro in het gunstige scenario. Het aantal greentimers na vier tot vijf jaar wordt indicatief geraamd op 64.500 tot 142.500 auto’s.
Besluit is nog niet genomen
De Kamerbrief over autobelastingen is vorige week gepubliceerd. De Tweede Kamer bespreekt de brief volgende week in een procedurevergadering. In augustus wil het kabinet een inhoudelijke keuze maken over de greentimerregeling en het verdere pad voor de youngtimerregeling.
Veel ligt dus nog open. Het is nog niet zeker of de greentimerregeling er komt, wanneer invoering mogelijk is en of de onderzochte tarieven en grenzen overeind blijven. Ook moet blijken of werkgevers en leasemaatschappijen gebruikte elektrische auto’s daadwerkelijk als greentimer gaan aanbieden.
Het kabinet laat nog een enquête onder werkgevers en werknemers uitvoeren om de eerste conclusies te toetsen. Daarna moet blijken of de greentimerregeling verder komt dan een fiscale verkenning.